Even voorstellen

Mijn naam is Anke Pronk-Waterlander, geboren in 1956 te Den Haag, getrouwd in 1977 met Ruud, moeder van adoptiezoon Yuri (geboren in Thailand). Ik hou van lezen, tuinieren, schrijven (vertalen), muziek (klassiek, rock en meditatiemuziek), shoppen in oude stadjes (vooral woonwinkeltjes) en terrasjes pakken.

In de laatste klassen van de lagere school speelde ik steevast de engel Gabriël (ik was groot en had blonde krullen) in het jaarlijkse kerstspel en meestal één of twee dagen later nog eens, maar dan voor de zondagschool.

Mijn ouders gingen ‘s zondags naar de ‘Vergadering van Gelovigen’ (de ‘open’ broeders) in Den Haag en toen ik van de zondagschool afkwam werd ik daar ook mee naartoe genomen. Er werd daar vooral lang en veel gezwegen tussen het zingen en bidden door, was een hele kunst om niet in slaap te vallen. Thuis werd er veel over de ‘eindtijd’ gediscussieerd met een oom en tante. Ik werd daar heel onrustig van. Hoorde ik buiten een vreemd geluid, dacht ik direct dat de ‘opname’ zich aandiende (bleek uiteindelijk altijd een vliegtuig).

Toen ik dertien was nam mijn vader me mee naar de bioscoop om Ben-Hur te zien en ik viel als een blok voor Jezus. Die passie is nooit meer overgegaan, ik ben een trouwe lezer en bezoeker van Bijbelstudies (en die film heb ik minstens twintig keer gezien).

Toen ik zeventien was had ik een gesprek met mijn moeder over de ellende in de wereld en ik zei tegen haar: ‘Maar het zou toch kunnen dat God op een dag alles weer in orde maakt?’ ‘Ja zeg,’ zei mijn moeder, ‘dat is de Alverzoening, die denken dat iedereen zomaar huppekee de hemel in mag.’ Nou, dat vond ik op mijn zeventiende toch ook wel wat al te gortig.

Na een scheuring bij de ‘Vergadering’ ging ik (ondertussen getrouwd) naar een evangelische groep in Den Haag, genaamd ‘De Christengemeenschap’, inmiddels failliet en verstrooid. Daar heb ik 23 jaar vrijwel elke zondagochtend in de banken gezeten en de bibliotheek bijgehouden, die mij de kans gaf alles in te kopen wat ik zelf lezen wilde, te beginnen bij Ouweneel natuurlijk…

Mijn grootste zorg in al die jaren was hoe door te dringen tot mijn ongelovige familie en vrienden om hen te vertellen dat ze Jezus nodig hadden. Ze luisterden braaf, maar bekeren ho maar en naarmate ik ouder werd begon de angst dat zij verloren zouden gaan als een steen op mijn hart te drukken. Ik had al mijn hoop gevestigd op Jezus, Die tenslotte met hoeren en tollenaars omging en hen liefhad. In mijn gebeden bracht ik mijn dierbaren onder Zijn aandacht en voerde verzachtende omstandigheden aan: ‘Heer, U weet toch dat ze op school de evolutietheorie…’ enz.

De steen op mijn hart werd zo zwaar als een molensteen. Als ik naar de prachtige natuur keek, kon ik me niet voorstellen dat de Schepper van al dat moois mijn dierbaren zou verstoten, alleen maar omdat ze iets anders geloofden dan ik.

En langzaam maar zeker moest ik voor mezelf vaststellen dat ik dol op Jezus was, maar eigenlijk niets met Zijn Vader had… Wat ik vooral op God tegen had was dat Hij Satan na 1000 jaar zou vrijlaten om de volken weer te verleiden, zodat ze alsnog verloren konden gaan! En wie garandeerde mij eigenlijk dat straks op de nieuwe aarde de boel niet weer in het honderd zou lopen? Die Satan was tenslotte als volmaakte engel begonnen voordat hij in opstand kwam, maar als er één engel over de dam is, dan… precies!

En toen was daar, eind 2006, toen mijn geestelijke nood heel hoog was, die vreemde boekrecensie in de EO-Visie van ‘De onweerstaanbare liefde van God’ door Thomas Talbott en alles in mij zei: ‘Hebben!’ Dus ik weer naar de evangelische boekwinkel, daar kenden ze mij al jaren. ‘Maar zuster, dat is de Alverzoening…’ Met gekromde tenen heb ik het boek besteld via Internet. Na het eerste hoofdstuk was ik al om, dit was zó logisch wat ik allemaal las. Waarom had ik dat zelf niet uitgevogeld?

Dus God wist allang dat Adam en Eva van die verboden boom zouden eten! Sterker nog: het was zelfs Zijn bedoeling dat zij ervaring zouden opdoen met goed en kwaad! Al lezende verdween mijn grauwsluier en werden mijn ogen en hart geopend. Toen het boek uit was voelde ik een enorme drang om op mijn knieën te gaan voor de Vader (nota bene). Ik sloot mezelf op in mijn binnenkamer (lees: badkamer) en knielde neer, mijn hoofd op de grond in de richting van Jeruzalem. Ik huilde niet en ik zei niet veel, eigenlijk alleen maar ‘Dank U wel, Vader, voor het antwoord op mijn vragen.’ En ik genoot van de overweldigende rust en vrede die me overspoelden.

Kort daarna typte ik bij Google het woord ‘alverzoening’ in en ik kwam terecht bij de studies ‘Schrift en Leer’ van  A. Lukkien; goedbericht.nl; hetbestenieuws.nl en bijbelsdenken.nl en ik heb deze sites zo ongeveer geplunderd. Daarnaast sprak de schrijfstijl van de Amerikaan Martin Zender me zo aan dat ik besloot om een aantal van zijn boeken te gaan vertalen (met toestemming).

Toen de mensen van mijn evangelische huiskring lucht kregen van mijn nieuwe gedachtegoed reageerden ze bezorgd: ‘Dat is een dwaalleer hoor.’ Maar ik mocht er wel ‘een avondje over praten’ en wat me daarvan het meest is bijgebleven is hun angst om op onderzoek uit te gaan: ‘We zouden het best willen geloven, Anke, maar we durven die boeken niet te lezen…’ Hun bezorgdheid was niet alleen aandoenlijk, hij was ook vals. Ik werd ervan beschuldigd dat ik scheuring veroorzaakte en uiteindelijk heb ik met opgeheven hoofd de kamer verlaten, maar dat was alleen om de tranen tegen te houden. Niet lang daarna hebben mijn man en ik die gemeente verlaten.

In de jaren daarna heb ik heel veel gelezen en bekeken via internet en talloze lezingen en Bijbelstudiedagen bijgewoond. Het meest betrouwbaar vind ik de studies van hen die kennis hebben van Hebreeuws en/of Grieks, de talen waarin Gods Woord werd opgeschreven. Alles wat ik op die manier leerde leidde ertoe dat ik zelf ook artikelen durfde te gaan schrijven.